Jan Dreschler neemt afscheid!

‘Wat een bijzondere middag is dit. Ik wist niet goed wat ik er van moest verwachten. Dat maakte me ook wel een tikkeltje nerveus. Ik weet wel graag waar ik aan toe ben, maar dit overtreft mijn stoutste verwachtingen, dat u allemaal hier maar toe gekomen bent om afscheid te nemen.

IK WIL EEN IEDER BEDANKEN VOOR DE LOVENDE WOORDEN, WEL IETS TEVEEL EER, MAAR HET DOET WEL GOED.

Ik heb lang nagedacht over wat ik hier zou zeggen. Ik zou 21 jaar historie van Zorgcentrum Aelsmeer op kunnen halen, maar ik ben er niet zeker van, dat jullie daarop zitten te wachten, dus ik heb het opgeschreven in het voorwoord van de ‘Voor ons Allemael’, ons blad waarvan ik extra exemplaren heb neergelegd. Dus als u het niet thuis ontvangt, neem er vooral een mee.

Ik zou het kunnen hebben over de nieuwe bestuurder, maar u kunt ook een interview met hem lezen in diezelfde ‘Voor ons Allemael’. Ik zou het kunnen hebben over de zorgsector, wat me daar vandaag de dag wel en niet in bevalt, maar of u daarvoor gekomen bent is de vraag. Ik zou het kunnen hebben over, hoe het is om met pensioen te gaan. Ik heb daar de afgelopen maanden zoveel over nagedacht, dat ik er uren over zou kunnen vertellen, maar daar hebben we de tijd niet voor. Maar ja, ik moet toch wat zeggen en dat wil ik ook, het is tenslotte mijn laatste kans, dus ik loop de verschillende punten die ik genoemd hen even kort langs.

Vandaag nemen wij afscheid, ik trek straks de deur achter me dicht en de volgende keer, dat ik hier kom ben ik slechts te gast. Afgelopen woensdag heb ik het bestuur van het zorgcentrum overgedragen aan een nieuwe bestuurder Frans Knuit, een deskundige bestuurder, zie het interview, maar ook een prettig mens, ga dat vooral zelf ontdekken. Daarna doe ik nog wat hand en spandiensten, maar vandaag nemen wij afscheid van elkaar.

Ik heb 47 jaar zonder onderbreking gewerkt, waarvan 21 jaar hier. Dat begon op 1 oktober 1969 in een verpleeghuis in Zuid Engeland en dat eindigt vanmiddag hier altijd met plezier en eigenlijk zonder noemenswaardige conflicten. Dat is wel iets om heel erg dankbaar voor te zijn. Waarom blijft iemand ergens 21 jaar? Het is toch goed om geregeld te verkassen? Want dut je niet in als je zo lang ergens blijft? Een deel van het antwoord is dat Zorgcentrum Aelsmeer wel een hele fijne werkkring is groot genoeg om goede dingen te doen, klein genoeg om de onderlinge betrokkenheid te ervaren. Aalsmeer is een fantastisch dorp om te wonen en te werken en je krijgt banden met zoveel mensen, cliënten, medewerkers, vrijwilligers, U.

Het andere deel is, dat je die 21 jaar ook kunt verdelen in driemaal 7 en het getal zeven, dat is het getal van de volheid en zo waren er ook drie verschillende volle afgeronde perioden. De eerste 7 jaar was het nog een traditioneel verzorgingshuis. Naar binnen gericht. Goede zorg voor de bewoners. Toen ik hier kwam 100 medewerkers en 1 computer, maar die stond nog ingepakt, nu ruim 300 medewerkers en van het aantal computers ben ik de tel kwijtgeraakt. Er is wel wat veranderd in doe 21 jaar!

Jan Dreschler tijdens zijn afscheidstoespraak vertelde: ‘Wat mij over de streep heeft gehaald om nu met pensioen te gaan, is al het gedoe dat erbij is gekomen. En dan doel ik op alle regelgeving en de controlespagaat, waarin de sector terecht is gekomen’

De tweede fase was de slag naar buiten, we haalden de mensen naar binnen, maar trokken er ook op uit. We begonnen met thuiszorg en daarna met de ontmoetingsgroepen en zorgcentrum Aelsmeer werd een huis met open ramen en deuren. De derde fase is die van maatschappelijke verandering. Dat zijn de afgelopen 7 jaar. Eerst werd er flink bezuinigd in de zorg en de laatste jaren, na het verschijnen van het laatste regeerakkoord zijn de veranderingen enorm ik hoef daar niet veel over te zeggen, jullie er ervaren het aan den lijve. Het werd dus nooit saai in die 21 jaar er was steeds wel weer een nieuwe ontwikkeling. En er is veel veranderd.

Het is geen geheim, dat ik gemengde gevoelens heb over mijn vertrek. Altijd gezegd: ‘Ik ga door tot mijn 70ste en één keer per jaar kunnen we evalueren of ik nog een beetje functioneer en pas als het MT vindt, dat ik niet meer functioneer stap ik op. Wat mij over de streep heeft gehaald om nu met pensioen te gaan, is al het gedoe dat erbij is gekomen. En dan doel ik op alle regelgeving en de controlespagaat, waarin de sector terecht is gekomen. Vroeger was er een financier, de wet op de bejaardenoorden en later de AWBZ. De inkomsten lagen vast en je kon je helemaal wijden aan het bieden van goede zorg. Nu zijn er zelfs voor een kleine organisatie als de onze 14 financiers met elk hun eigen traject van zorginkoop, of aanbesteding, met elk een set van parameters waarover men geïnformeerd wil worden, met elk een overleg systeem en met elk, dan gaat het over het drama van de laatste maanden, een eigen verantwoordingsprotocol, die dus allemaal anders zijn. Je wordt er dol van.

Eén van mijn broers zei, als je daarover begint dan denkt je gehoor vast: het is de hoogste tijd, dat hij opstapt, hij is beslist te oud voor dit vak. Ik denk, dat ik dat risico maar neem, want ik wil toch een vlammend protest laten horen tegen het onrecht, dat de sector hiermee wordt aangedaan. Mensen met een passie voor zorg worden geconfronteerd met zaken, waar ze geen affiniteit mee hebben en het slokt zo’n beetje alle tijd en energie op. Hoezo aandacht voor zorg, hoezo innovatie, hoezo ondernemerschap, je komt helemaal klem te zitten in de regelgeving en de administratieve verantwoording. En het liefst zou ik vandaag een actie, wat zeg; ik een beweging, willen starten tegen dit onrecht, dat de zorgsector wordt aangedaan. Maar ja, daar zijn afscheidsrecepties niet voor. Maar ik hoop vurig dat de wal het schip gaat keren en dat aan deze gekte een einde komt. Dat stukje laat ik dus graag achter me.

Wat het moeilijk maakt om weg te gaan zijn de mensen, zoveel mensen, waarmee je een band hebt opgebouwd. En Je realiseert je ook dat werk staat voor heel veel dingen, het staat voor structuur in je leven voor een bijdrage leveren. Voor sociale contacten, voor geestelijk uitgedaagd worden. En ik weet niet hoe me dat zal bevallen als dat er niet meer is. Je vraagt dan weleens aan mensen die met pensioen zijn, ervaringsdeskundigen, hoe dat is? De een zegt, heerlijk, ik geniet ervan. Een volgende zegt, ik heb het nog nooit zo druk gehad, maar ook met pensioen gaan is een stukje sterven, zo lees ik in een boekje van Marinus van den Berg over afscheid nemen. Ik kwam overal, ik kende veel mensen. Het is nu 10 jaar geleden, ik kan er maar niet aan wennen. Je weet dus niet wat het wordt. En wat ga je doen met je tijd? De week gaat er heel anders uitzien. De week bestaat voortaan uit 6 zaterdagen en een zondag en als de mensen vraagt wat ze doen met hun tijd dan kun je ook heel verschillende antwoorden krijgen. Zo las ik van een gesprek tussen drie mensen. De een zegt: ik fotografeer. De tweede zegt: ik tuinier. De derde zegt: ik doe opsporingswerk… Hoezo opsporingswerk? Jawel, Iedere dag zoek ik mijn bril, mijn wandelstok, mijn valse tanden, mijn sleutels…Met andere woorden, je weet niet wat zal het worden.

Er zijn ruwweg twee mogelijkheden. Het pensioen, dat is de fase tussen werk en zerk, of het pensioen is niet het einde van de weg, het is enkel een verandering van richting. Hoe het ook zij, je staat voor een dubbele taak. Eerst afscheid nemen, afstand nemen en dan opnieuw op gang komen om opnieuw je leven in te richten en zin voor dat leven te vinden. Het is iets, waar ik wel tegenop zie, maar ook wel naar uitzie, dus het is met een dubbel gevoel, dat ik hier sta. Maar er is niets dubbels aan, wat ik voel als het gaat om uw komst hiernaar toe, dat u met zovelen de moeite hebt genomen om hier te komen en afscheid te nemen, dat vind ik overweldigend en daar ben ik dankbaar voor.

Ook Loesje heeft de nodige wijsheden gedebiteerd over met pensioen gaan. Daar zitten hele flauwe uitspraken bij, zoals: van de cadeaubonnen kan ik mooi de vensterbank vullen met geraniums, maar ook een hele mooie, die mij aansprak: Ouder worden is eigenlijk best vernieuwend. En dat is het, een nieuwe fase, met enige leegte om wat je achter je moest laten, maar ook met heel veel nieuwe ruimte. En als me de tijd gegeven wordt, wil ik daar gebruik van maken en daarvan genieten. Samen met Joke mijn vrouw, die altijd garant stond voor een stabiel thuisfront, iets wat voor mij van onschatbare betekenis was en is.

In de tijd, dat ik hier was heb ik honderden toespraakjes gehouden en dan zocht ik altijd naar een passend gedicht, of citaat. Ik wil besluiten met een wens uit een boekje van Marinus van de Berg, een ziekenhuispastor, waar ik een goede band mee had, een wens voor Zorgcentrum Aelsmeer:

Dat hier in huis mag zijn De geest van liefde en vriendschap

Dat hier in huis mag zijn De geest van geduld en hoop

Dat hier in huis mag zijn De geest van warme aandacht

Dat hier in huis mag zijn De geest van tedere zorg

Dat hier in huis mag blijven De geest die heelt en beschermt

Dat hier in huis mag blijven De geest die gemeenschap sticht

Dat hier in huis altijd zal zijn Een Geest waarbij iedereen zichzelf kan zijn.

Dank jullie wel voor de komst hiernaar toe om afscheid te nemen, dank jullie wel voor de vele en prettige contacten, dank jullie wel voor de collegialiteit en de vriendelijkheid die ik altijd ervaren heb. Dank jullie wel!!!’