De geschiedenis van Zorgcentrum Aelsmeer

Zorgcentrum Aelsmeer bestaat 25 jaar. Dat betekent dat de organisatie op zich nog niet erg oud is. Maar voor het huidige pand er stond en de organisatie Zorgcentrum Aelsmeer werd opgericht waren er natuurlijk rechtsvoorgangers Seringenpark en Rustoord die beiden gefuseerd zijn tot Zorgcentrum Aelsmeer. Rustoord stond op de plek waar tegenwoordig het zorgcentrum staat. Het was een verzorgingshuis met 70 bedden dat in de jaren 60 is gebouwd. Daarvoor was er het oude Rustoord dat de oudere Aalsmeerders nog wel kennen. Maar ook daarvoor al was er sprake van ouderenzorg in Aalsmeer. Het zorgcentrum kent dus een hele lange geschiedenis.

Voorgeschiedenis Rustoord & Seringenpark

Rustoord

Het oudste gegeven is een missive van Hunne Edele Grootmogendheden van Holland en West-Friesland van 4 april 1761 waarbij toestemming werd verleend aan diaconie en kerkenraad van de Hervormde Kerk van Aalsmeer om een huis te openen voor wezen en behoeftigen. Dus moest er een huis gevonden worden waar deze mensen konden worden ondergebracht en dit werd voor 1600 gulden aangekocht door de diaconie. Er waren zowel ouderen als jongeren in het huis. Het heette dan ook een wees- en besteldelingenhuis. Op den duur voldeed dit gebouw niet meer. Dat was in 1872 aanleiding voor de bouw van het eerste Rustoord dat werd aanbesteed voor de som van € 10.000,–. Dit gebouw was aanzienlijk groter. Het huis werd een vertrouwd beeld in Aalsmeer. In de twintigste eeuw werd hier jaren leiding gegeven door het legendarische duo Mw. Boshuizen en zuster van der Meer die intern woonden.

Er werd nog gewoond in zalen. Er was een mannenkamer waar 22 mannen woonden en er was een vrouwenkamer waar 23 vrouwen woonden. Dan waren er boven ook nog 14 kamers, maar die waren niet voor de mannen en de vrouwen, want daar woonden dames en heren. Verschil moest er zijn. Ook de oorlog ging aan Rustoord niet voorbij. Met name in de hongerwinter was de toestand kritiek, maar dankzij enkele landbouwers in de omgeving was er toch steeds net genoeg te eten. Na de oorlog was er behoefte aan een nieuw modern bejaardenhuis. Er werden plannen gemaakt voor nieuwbouw.

Na het afscheid van de zusters Boshuizen en Van der Meer in 1964 ging de bouw van start en op 1 april 1966 kon het nieuwe pand betrokken worden. Het oude Rustoord werd vervolgens afgebroken. Alleen de twee oude beuken bleven staan en daaraan was nog te zien waar ooit de ingang van het oude Rustoord was geweest. Vanwege die beuken heet het complex inleunwoningen nog altijd Beukenhof. Het nieuwe Rustoord bestond uit 55 eenpersoonskamers en 8 tweepersoonskamers. In het totaal waren er dus 71 bewoners. De leiding was op dat moment in handen van mw. A. Beukinga – Jurgens. Na viering van het eerste lustrum in 1971 nam zij afscheid van de organisatie en werd opgevolgd door mevrouw Kingma. Het waren rustige jaren. Er was een actief bestuur dat de directrice ter zijde stond. Bovendien werden haar werkzaamheden voor een deel uit handen genomen door de evenementencommissie die allerlei evenementen voor de bewoners organiseerde. Daarnaast was er een actieve handwerkgroep onder leiding van mevrouw Boogaard. Mevrouw Kingma vierde haar 12 ½ jarig jubileum in Rustoord en vertrok kort daarna.

 

 

Seringenpark

Tegelijk was elders in de gemeente verzorgingshuis Seringenpark ontstaan. In 1956 waren aan het Seringenpark 24 woninkjes voor ouderen gereed gekomen. Daarna begonnen B&W te denken over een nieuw verzorgingshuis.  Er werd een architect gezocht die een ontwerp maakte. Het zou gaan om een verzorgingshuis met 50 plekken, namelijk 42 eenpersoonskamers en  4 tweepersoonskamers. In de buurt van de  44 woninkjes was grond beschikbaar en zo kon  na een aantal jaren van plannenmakerij de bouw beginnen. De eerste steen werd gelegd in januari 1963 en daarna verrees een gebouw met drie woonlagen dat er ook tegenwoordig nog staat, zij het dat het nu bestaat uit appartementen. Verzorgingshuis Seringenpark werd op 21 oktober 1964 geopend door de minister van maatschappelijk werk mevrouw Drs. J.F. Schouwenaar- Franssen.
Het gebouw was gelegen in een prachtige ambiance. Het lag niet zoals Rustoord aan het water, maar was wel omgeven door het mooie Seringenpark en alle kamers hadden een fraai uitzicht daarop. Seringenpark was een gemeentelijke instelling. Dat betekende dat het beheer van de organisatie in handen was van burgemeester en wethouders. Tot eerste directrice werd mevrouw M. Spit benoemd. Zij kreeg de leiding over tien man personeel. De kamers in Seringenpark waren klein, 3,5 bij 3,10 meter. De kamers werden wel vrij compleet ingericht. In de gemeentelijke stukken staat de volgende passage: ‘‘Voor wat betreft de stoffering in de kamers wordt medegedeeld dat er van gemeente verkregen zeil gelegd wordt, dat de vitrage voor de ramen door de gemeente wordt aangebracht. De bewoners krijgen voor de overgordijnen de keuze uit vijf dessins. Het ledikant, een divanbed, wordt beschikbaar gesteld. Het is de bedoeling dat de bewoners hun eigen beddengoed en dekens meebrengen.
Lampen behoren bij het huis. De verdere inrichting wordt aan de bewoners overgelaten, een en ander onder het toeziend oog van de directrice. In de grote zaal kan de gehele bevolking van het tehuis bijeen komen, in de recreatiezaal zal een biljart komen en een televisie’’. Men richtte zich vooral op gezonde bejaarden. Zo lezen we uit de krant van april 1964 het volgende: ‘‘Degene die voor plaatsing in het fraaie gebouw in aanmerking wenst te komen, dient zich eerst aan een medische keuring te onderwerpen. Het is de bedoeling dat uitsluitend oude van dagen die niet aan een speciale verpleging eisende ziekte lijden in het huis worden opgenomen.’’ Over de verhouding met de andere Aalsmeerse zorginstellingen wordt gesteld dat er gestreefd wordt naar een vriendschappelijk overleg met Rustoord. Zo ging ook in verzorgingshuis Seringenpark het werk van start. Het huis functioneerde goed. Na mevrouw M. Spit kwam de leiding in handen van mevrouw E. Sweers.


 

De aanloop naar Zorgcentrum Aelsmeer

In Rustoord was er een rumoerige tijd voorafgaand aan de komst van mw. Ludwig in 1985. Allereerst was mevrouw Kingma als directrice na 12,5 jaar met pensioen gegaan en vervolgens werd er een man benoemd als directeur van Rustoord, de heer Manangoe. In de maanden na zijn benoeming ontstonden er problemen en bleek een vertrouwensbasis met het bestuur te ontbreken. Vandaar dat er met onmiddellijke ingang een einde gemaakt werd aan de arbeidsovereenkomst met dhr. Manangoe. De maanden daarna werd de leiding van de organisatie waargenomen door mevrouw Brouwer.  En toen kwam op 1 april 1985 mevrouw Ludwig  in verzorgingshuis Rustoord
werken. Zij was een verpleegkundige uit Rotterdam en had ook de docentenopleiding gedaan. Haar laatste baan  was bij de afdeling opleidingen in Academisch Ziekenhuis Leiden. Op haar 49e kwam ze in Zorgcentrum Aelsmeer werken en ze zou uiteindelijk tien jaar blijven. Dat waren overigens wel de tien jaren waarin er op de plek van Rustoord een geheel nieuw zorgcentrum zou verrijzen. De discussie daarover  was voor de komst van mevrouw Ludwig al gestart. In 1984 gaf het bestuur van Rustoord aan over te willen gaan tot algehele nieuwbouw. Tekeningen daartoe waren ingeleverd bij de Provincie. Dit plan zou echter in de daaropvolgende jaren heel veel voeten in de aarde hebben. Wat dat betreft is er in de periode 1984 – 1991 veel gebeurd.

In 1986 ontstond het idee om de drie Aalsmeerse verzorgingshuizen te laten fuseren. Met name de gedeputeerde Korver, die toen de ouderenzorg-instellingen in zijn portefeuille had, vond dit een goed plan en heeft zich ook in de daaropvolgende jaren op stimulerende wijze bezig gehouden met het idee van een fusie tussen de instellingen en nieuwbouw op de plek van Rustoord. Zijn naam is nog als eerbetoon ingegraveerd te lezen in de bronzen luidklok op het dak van Zorgcentrum Aelsmeer.  Bij een fusie tussen de drie instellingen was natuurlijk de signatuur een lastig onderwerp. Daarnaast gaf voorzitter M.J. Maarse aan dat, wat
er ook gebeurde in het kader van een fusie, uitgangspunt was dat het totale aantal verzorgingshuis plaatsen voor Aalsmeer behouden zou moeten blijven. Uiteindelijk bleek een fusie tussen de drie Aalsmeerse instellingen te hoog gegrepen. Twee van de drie, Seringenpark en Rustoord, stevenden wel op een fusie af. Daar was ook wel aanleiding toe omdat de gebouwen van zowel Seringenpark als Rustoord niet meer voldeden aan de eisen van de moderne tijd en Seringenpark in een zorgelijke financiële positie verkeerde.  De discussie over hoe zo’n fusie er dan uit zou moeten zien kwam in 1986 volop op gang. Met name het protestantse deel van Aalsmeer roerde zich voor een eigen plek voor ouderen met een protestants christelijke achtergrond en vond daarbij het CDA aan zijn zijde. Een poosje werd gedacht aan twee verschillende afdelingen in één gebouw, elk met een eigen signatuur. Een jaar later waren er juist protesten  vanuit het Seringenpark die de boventoon voerden.  De medewerkers van verzorgingshuis Seringenpark waren bang om hun neutrale identiteit te verliezen. Met name door het behoud van de naam Rustoord en de bepaling dat er een christelijke directeur zou  moeten komen schoot in het verkeerde keelgat. Bovendien zouden medewerkers van Seringenpark hun status als ambtenaar verliezen.

In twee raadscommissievergaderingen in het voorjaar van 1987 boog de gemeenteraad zich over de mogelijkheid en de wenselijkheid van een fusie tussen de beide instellingen. Op 28 mei 1987 viel de uiteindelijke beslissing. Die was overigens verre van unaniem. Een deel van het CDA en de PvdA fractie stemden tegen de fusie tussen beide instellingen, maar de overige leden van de raad schaarden zich achter wethouder Bep Heemskerk (eveneens CDA) die volgens de Nieuwe Meerbode het plan als een ’ijzeren dame’ verdedigde. Het voorstel van B en W werd uiteindelijk aangenomen met twaalf tegen zeven stemmen. Daarmee werd dus tevens ingestemd met de christelijke directeur en een verhouding binnen het bestuur van acht leden namens de diaconie en vijf leden namens de gemeente Aalsmeer.

Een aantal maanden daarna gaven ook de kerkelijke organisaties toestemming aan de diaconie van  de Hervormde Kerk om tot fusie over te gaan.  Toen de fusie eenmaal rond was kwam er meer oog voor de ruimtelijke kant van de zaak. Er zou immers een veel groter gebouw komen dat meer ruimte nodig had. Daartoe moest er water opgeofferd worden. Het zou met name de Brandewijnsloot zijn die gedempt moest worden en de bewoners van arken in die sloot gaven uiting aan hun protest daartegen met borden als ”Brandwijnsloot dempen, dat nooit!” Vervolgens werd in de pers druk gespeculeerd over de contouren van het nieuwe verzorgingshuis en over wat er allemaal aan voorzieningen in zouden komen. Er passeerde van alles de revue. Een kapsalon, een grote zaal, Franse balkonnetjes, ziekenkamers, fysiotherapieruimte, een dagverblijf voor dementerende bewoners, pedicure, schoonheidsalon en zelfs een schuilkelder. In die begintijd waren er wat dat betreft ideeën te over.

Eind 1987 werd duidelijk dat gebouw Irene verplaatst zou moeten worden, want anders was er onvoldoende ruimte voor het nieuwe zorgcentrum. Even leek in het kader van de nieuwe plannen de  hele Kanaalstraat te verdwijnen maar uiteindelijk werd Irene gesitueerd aan de rechterkant van  de Kanaalstraat naast de kerk. Echter, onderhandelingen ter verwerving van de grond met het aldaar gevestigde schildersbedrijf verliepen stroef en dit leidde tot vertraging. Pas drie jaar later, in 1990, kwam er overeenstemming over de verplaatsing van het schildersbedrijf.  Daarna kwamen er nieuwe problemen in de vorm van bezwaarschriften, onder andere van de Stichting Oud Aalsmeer. Het nieuwe Irene zou het zicht op de dorpskerk teveel ontnemen en de Brandewijnsloot zou uit historisch oogpunt behouden moeten worden. Kortom, de bouw van het nieuwe zorgcentrum en het verplaatsen van Irene was een ingewikkelde exercitie.  In 1988 werd duidelijk dat de flatjes die bij Rustoord gesitueerd waren als eerste gesloopt zouden gaan worden om plaats te maken voor de eerste vleugel van het nieuwe gebouw. De bewoners die dit vernamen reageerden geschokt op de mededeling dat ze nog voor Kerst hun woning zouden moeten verlaten. Aanvankelijk was het plan om hen tijdelijk naar Hoofddorp te verhuizen, maar uiteindelijk is een Aalsmeerse oplossing gezocht. Het jaar daarop, 1989, was er eveneens sprake van diverse vertragingen. De problemen waren dit keer van financiële aard. Ook was er voor de eerste  keer sprake van een psychiatrische afdeling bij  het nieuwe gebouw.  Er moest natuurlijk een nieuwe naam komen. De suggesties uit de bevolking buitelden over eIkaar heen. Enkele voorbeelden waren Ons Allerhuis, Hand in Hand, De Fusie, Het Kegelpad, De Bruine Beuk, De Gedempte Sloot, enzovoort. Ook was er in 1990 nog steeds een vlammend
protest onder aanvoering van Oud Aalsmeer tegen het verdwijnen van de Brandewijnsloot. In datzelfde jaar, eind 1990, werden Bornholm en de nieuwe fusieorganisatie het eens over een nieuw te bouwen dependance van Verpleeghuis Bornholm. Dit zou echter pas later gebouwd worden dan het zorgcentrum op een plek die voor dit  doel werd opengelaten.  En toen startte eindelijk de nieuwbouw op 1 april 1991. De eerste paal werd geslagen op 6 mei 1991. Ruim een maand later sloegen de drie hervormde predikanten van Aalsmeer samen de eerste paal voor het nieuwe gebouw Irene. Daarna vorderde  de bouw gestaag. Ondertussen werd ook nagedacht over een
bestemming voor het gebouw Seringenpark. Er ontstond een plan om appartementen te maken voor zelfstandig  wonende ouderen.

De aanloop naar de nieuwbouw vergde dus veel tijd en energie, maar ondertussen ging het leven in de beide zorgcentra gewoon door. In Rustoord werd in die jaren afscheid genomen van meneer W. Kniep, de onderhoudsman, was er het verdrietige overlijden van administrateur J. Jongkind en werd in 1990 stilgestaan bij het overlijden van oud-
directrice zuster Boschhuizen op 89 jarige Ieeftijd.

25 jaar Seringenpark

In Seringenpark vierde men in oktober 1989 het 25-jarig bestaan. Hierbij werd stilgestaan door middel van een sobere receptie in het tehuis dat waarschijnlijk toch spoedig zou verdwijnen. In oktober 1990 werd daar een nieuwe directeur aangesteld in de persoon van Bert van Lienen, 33 jaar.  Hij kreeg een aanstelling voor tenminste drie jaar met een duidelijke taakstelling. Zijn taak was om samen met de bewoners toe te groeien naar de nieuwe situatie in een zorgcentrum, samen met Rustoord.  In 1991 was er in Seringenpark een Mokumse dag waarbij burgemeester Van Thijn het tehuis met een bezoek vereerde en daar een dansje maakte met de Aalsmeerse wethouder Bep Heemskerk. In Rustoord werden de gebruikelijke tradities voortgezet zoals de Aardbeienmaaltijd, het tuinfeest, de handwerkclub, enzovoort. Het jaar 1991 was een memorabel jaar voor de handwerkclub doordat bloemenexportbedrijf Zurel besloot om de opbrengst van de jaarlijkse verkoop te verdubbelen. Dit leidde in 1991 tot het astronomische bedrag van circa f 20.000,-

 

Opening Zorgcentrum Aelsmeer

Op 20 mei 1992 verhuisden de bewoners  van Rustoord naar de gereedgekomen vleugel van Zorgcentrum Aelsmeer. Daarna was er nog een oefening van de brandweer in het leeggekomen oude pand en vervolgens werd Rustoord afgebroken. Op de plaats van het oude Rustoord verrees de tweede vleugel van Zorgcentrum Aelsmeer en toen die gereed was volgden ook de bewoners van het Seringenpark. Nu was Zorgcentrum Aelsmeer een feit. Op een winterse dag begin 1994 werd Zorgcentrum Aelsmeer officieel geopend door  Drs. L.C. Brinkman, beoogd premier, met onder meer toespraken van M.J. Maarse, voorzitter,  J.l.M. Hoffscholte, burgemeester, J. Vrije, directeur van de Landelijke Hervormde Bouwstichting. Dit gebeurde op 20 januari 1994. Bijna ging het mis met de opening want de heer Brinkman stond in de file voor de Schipholtunnel en arriveerde een half uur te laat bij de plechtigheid maar het kwam goed. Berichten van de opening stonden in alle kranten. Niet alleen met foto’s van de hoogwaardigheidsbekleders maar ook met interviews van lyrische bewoners die hoog opgaven over hun grotere kamer, de eigen badkamer enz.