In gesprek met Mw. Jansen – Huis…


Een echte Aalsmeerse, geboren in 1926 aan het eind van de Buurt (Uiterweg) bij “de Porren”, de familie Eveleens. Als tweede dochter uit een gezin van uiteindelijk tien kinderen.

 

Ze ging als klein meisje in de Legmeer naar de christelijke school. Maar doordat ze niet gedoopt was hoorde ze er niet bij, dat werd op school regelmatig tegen haar gezegd. Er werd haar verzocht om op de gang te gaan zitten. Als klein kind ga je dan echt denken dat je niet veel voorstelt. Met veel respect en liefde denkt ze terug aan haar moeder, die haar leerde om door te gaan, wat er ook gebeurt. Als ze uit school kwam ging mevrouw eerst met haar oudere zus aardappels schillen. Daarna moest ze van haar moeder een paar pennen breien zodat ze zelf in staat was om bovenkleding te breien. Na deze vaste taken was er tijd om buiten te spelen maar moest om 17:00 uur weer thuis zijn. Toen ze wat ouder werd waren er andere taken om uit te voeren: in de groentetuin werken, aren rapen op het land bij boeren die net hadden geoogst. Het graan werd gedorst en te drogen gelegd. Vader had een machine gemaakt om het graan te malen. Zo kon er brood gebakken worden dat met boter, suiker en reuzel opgegeten werd.

Haar man ontmoette ze tijdens een zondagse fietstocht met een vriendin. Toen ze in de oorlogstijd gingen trouwen gingen ze ook op de fiets naar het gemeentehuis. Haar ouders en schoonvader waren hierbij aanwezig en twee voorbijgangers op straat werd gevraagd om getuige te zijn. Het was zo’n andere tijd, er was niet veel maar toch maakte je er wat van. Het echtpaar trok in bij zijn vader in Korteraar en uiteindelijk vonden ze een eigen huis in Kudelstaart. Ze krijgen zeven kinderen, twee meiden en vijf jongens. Als haar man op 60-jarige leeftijd overlijdt staat ze er alleen voor. Ze werkte hard en heeft haar kinderen wat dat betreft ook nooit ontzien. De kinderen vinden zelf een baan en zijn allemaal goed terecht gekomen, waar ze trots op is. Soms dacht ze er over na om een nieuwe partner te zoeken maar als je ouder bent maak je minder makkelijk contact met anderen. En het risico om elkaar weer te verliezen hield haar tegen.

Mevrouw maakte bij verschillende dames het huis schoon, niets was haar teveel. Zelfs het vakantiehuisje van ome Piet en tante Nel in Leersum werd opgefrist. Dan gingen ze er een week naar toe en werd er ’s middags gewandeld in het bos. Op 73- jarige leeftijd is mw. Jansen gestopt met werken en heeft ze alle tijd voor haar grote hobby, breien en haken. Voor de opgroeiende kleinkinderen heeft ze heel wat truien gebreid. Van goede kwaliteit en met een ingewikkeld patroon alsof ze zo uit de winkel komen. Maar ook voor kinderen in derde wereldlanden zijn er stapels truitjes gebreid. Eén van haar zoons heeft op een buitenlandse reis vacuüm verpakte truitjes meegenomen om uit te delen aan kinderen. De laatste tijd vind ze het rustiger om te haken, voornamelijk pannenlappen. Het probleem is alleen dat iedereen in de familie nu wel zo’n beetje voorzien is van pannenlappen. Dus misschien wordt het tijd voor iets anders.

” Dat geeft het leven kleur”

We praten verder over het gezegde ‘‘de donkere dagen voor Kerst’’, wat dat voor haar betekent. Mevrouw woont sinds mei 2019 in het zorgcentrum en is zoals ze het omschrijft op zichzelf. Ze durft niet uit zichzelf ergens naar toe te gaan. Als ze niet uitgenodigd wordt voor een activiteit blijft ze op haar kamer. Wat ze al van kleins af aan te horen kreeg, niet goed genoeg te zijn, heeft haar daarin gevormd. Soms voelt ze zich weleens eenzaam maar gaat dan haken of lezen ter afleiding anders blijft ze piekeren. En waar ze vroeger alles zelf deed is ze nu op bepaalde momenten afhankelijk van anderen. Dat valt niet mee als je altijd zelfstandig bent geweest.

Tijdens “de donkere dagen” mist ze haar kleinzoon, die 3 a 4 jaar geleden op 21- jarige leeftijd bij een auto ongeluk om het leven is gekomen. Toen hij klein was heeft ze veel op hem gepast en later kwam hij iedere dag even bij oma langs. Soms denkt ze: ‘wat zou er van hem geworden zijn als hij nog leefde’. De kinderen en kleinkinderen hebben allemaal een eigen leven maar komen regelmatig op bezoek. En gelukkig leeft het merendeel van haar broers en zussen nog, waarvan de jongste zus iedere week even langs komt. Het is dan fijn om herinneringen op te halen, ze hebben heel wat meegemaakt met z’n allen. In het zorgcentrum doet mw. Jansen aan van alles mee: onder andere
geheugentraining, kienen en iedere dag eten in het restaurant. Ze houdt van gezelligheid, lekker met andere bewoners in de huiskamer praten over vroeger. De donkere dagen voor Kerst worden door familie “verlicht” met bezoek. Eén van de kleindochters werkt in het buitenland, mevrouw mist haar bezoekjes en gesprekken. Dit zal de eerste Kerst in het zorgcentrum worden met activiteiten in het huis en met bezoek van familie.

De zon schijnt aan het einde van het gesprek naar binnen en mevrouw zegt: “dat geeft het leven kleur”. We kijken samen naar de pluche hond die bijna niet van echt te onderscheiden is. Ooit eens gewonnen door haar zoon op de kermis en waakt al jaren over haar. Eerst op een stoel in de Cyclamenstraat en nu in het zorgcentrum op een stoel aan het voeteneinde van haar bed. Ook al is de hond niet echt toch geeft hij een bepaalde aanwezigheid en wenst ze hem iedere avond welterusten. Mocht u over de 1e etage van het zorgcentrum lopen en de deur van mw. Jansen staat open, stap gerust naar binnen voor een praatje.

 

interview: Wilma Groenenberg foto: Wilma Groenenberg